maandag 10 maart 2014

Recensie Elektra / Nationale Toneel

Klassieke heldenfamilie als getraumatiseerd gezin

Marina Aparicio Torrestals Elektra. Foto Kurt Van der Elst

 













„Ik ben geen beest, ik kan niet vergeten!”, snauwt Elektra (Marina Aparicio Torres). Al twintig jaar rouwt ze om de dood van haar vader Agamemnon, die door haar moeder Klytaimnestra en dier minnaar Aigisthos vermoord werd. Ze heeft zich in het donker teruggetrokken en smeekt daar met rollende ogen „hel en verdoemenis af over haar en hem”.


Met de rest van het gezin is het niet veel beter vergaan. Regisseur Casper Vandeputte portreteert de klassieke heldenfamilie als een getraumatiseerd gezin, waarin ook de moeder, zus en broer het verleden duidelijk nog geen plaats gaven. Antoinette Jelgersma, Sallie Harmsen en Joris Smit spelen hen met gebroken stemmen, nerveuze tikken en verkrampte houdingen.
De teksten komen van Hugo von Hofmannsthal, die in zijn poëtische bewerking uit 1903 de goden schrapte en de nadruk legde op de innerlijke driften van de personages.

De enige die op het toneel rust uitstraalt, is Betty Schuurman. Met nieuw toegevoegde – nogal therapeutische – tekstfragmenten uit Julian Barnes’ rouwessays Hoogteverschillen (2013) poogt ze het gezin op nuchtere, bijna droogkomische toon te overtuigen om eindelijk weer eens te gaan leven.


Tevergeefs. Het enige moment waarop Elektra glimlacht, is wanneer ze fantaseert over wraak en daarbij op dansante gitaarmuziek haar handen esoterisch in de lucht wuift.
Vormgever Pascal Leboucq bedacht voor deze verloren levens een veelbetekenend labyrint van witte gordijnen. Het zouden de spoken uit het verleden kunnen zijn, maar ook de schermen tussen de bedden van een psychiatrische kliniek, met Schuurman in witte jurk als zalvende verpleegster.

Gezien: 8/3 Theater aan het Spui Den Haag. Tournee t/m 12 apr. Inl: nationaletoneel.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen