zondag 1 december 2013

Interview familie Römer


Hoe meer kraampjes, hoe leuker de kermis


'Mijn vader vond het hier een echt paleis,’ zegt producent, schrijver en acteur Peter Römer over zijn twee-onder-een-kapwoning in de prachtige Haarlemse wijk Bos en Vaart, op loopafstand van de duinen en de zee. Zijn vader, Piet Römer (1928-2012), was een gevierd toneel- en televisieacteur, maar begon ooit als eenvoudige kolensjouwer in de Amsterdamse Jordaan. Toch liet hij een indrukwekkende carrière en twee generaties succesvolle acteurs, schrijvers en televisiemakers na.

Zoon Han (1948) schrijft momenteel in zijn huis in de Sierra Nevada in Spanje een stuk over Johnny Kraaijkamp. Hij is getrouwd met regisseur Lidwien Roodhaan. Peter (1952) staat sinds lange tijd weer op het toneel als commissaris Buitendam in het door hem zelf geschreven Baantjer in het theater, naar de succesvolle televisieserie Baantjer waarin vader Piet de hoofdrol speelde. Bart (1957) is directeur van de Nederlandse Filmacademie en Paul (1962) van de NTR. Peters dochter Nienke (1975) speelt samen met haar man Frederik Blom de zelfgeschreven relatiekomedie Liefde enzo. Kees Prins, die getrouwd is met Nienkes nicht Iris Römer, regisseert de voorstelling. Nienkes broer Thijs, getrouwd met actrice Katja Schuurman, is ‘aan het draaien’ voor de politieserie Moordvrouw. Job (1989), zoon uit Peters tweede huwelijk, zit in het laatste jaar van de toneelschool.

Hoe is de Römer-dynastie ooit in het theater terechtgekomen?

Peter: ‘Mijn vader Piet was een arme kolensjouwer, maar speelde met veel plezier amateurtheater. Omwille van zijn talent werd hij aangenomen bij de toneelschool, maar hij voelde zich daar totaal niet thuis. Hij sprak als enige plat Amsterdams en kwam in de klas te zitten met “nette” mensen als Ramses Shaffy en Sigrid Koetse. Hij heeft het maar drie maanden uitgehouden. Daarna kwam hij bij het jeugdgezelschap De Witte Vogel terecht en via die weg weer bij theatergezelschap Puck. Vijf jaar nadat hij stopte bij de toneelschool had hij daar zijn eerste hoofdrol. Hij had hetzelfde bereikt als zijn voormalige klasgenoten, maar via een andere weg.’

Merkten jullie nog iets van die armoede?

Han: ‘We waren in het begin arm, maar het was warm. Ons leven was niet veel anders dan dat van anderen.’Peter: ‘Doordat mijn vader al heel snel beroemd werd en altijd heel hard werkte, klom hij ook al snel op van bittere armoede naar keurige armoede en ten slotte middle class. Ik ben bijvoorbeeld geboren in een krappe woning in de Egelantierstraat in de Jordaan, maar daarna verhuisden we naar een huis met twee verdiepingen en een badkamer in de Vijzelstraat en later zelfs naar een koophuis in Amsterdam-Zuid tegenover het Olympiaplein. Toen woonden we echt op stand.’

Kregen jullie als kind al iets mee van het theater- en televisiewerk?

Han: ‘Ik heb natuurlijk veel toneelvoorstellingen gezien en mocht soms mee naar een repetitie.’ Peter: ‘Er was toevallig altijd een jongen van mijn leeftijd nodig in de series waarin mijn vader speelde. Toen ik negen was, speelde ik al mee in de televisieserie De proemel. Mijn vader was daarin een nieuwsgierige journalist en ik de zoon van een arme visser die een zeemeerman vond. Daarna was er elk jaar wel iets: Kijk die Rijk show, De kleine waarheid, Lijmen en het been…’Nienke: ‘Ik ging regelmatig met mijn vader mee naar Theater Bellevue en vond het toen heel normaal om daar voor en achter rond te lopen. Ik zat ook al heel jong aan de bar van de Smoeshaan, overdag met olijven en chocolademelk.’Thijs: ‘Ik heb in Theater Bellevue veel van de trap gegleden als opa er met Toneelgroep Centrum speelde. Mijn vader was toen al gestopt met acteren en zat in mijn herinnering “gewoon” op kantoor als producent bij Endemol. Tot de toneelpremière van Baantjer in oktober heb ik hem eigenlijk alleen zien spelen op verdwaalde videobanden.’Job: ‘De vader van mijn moeder speelde als pianist mee in muziektheatervoorstellingen en heeft me vaak meegenomen. Daarnaast zag ik natuurlijk veel van Thijs, Nienke, Han en opa. Toen Thijs bekend werd, kwamen er altijd meisjes naar me toe om te zeggen dat ik zo’n lekkere en knappe broer had.’

Wat voor band hadden jullie met opa Piet?

Nienke: ‘Hij was heel hartelijk, maar hij was ook een ontzettende pestkop voor zijn kleinkinderen. Toen ik bijvoorbeeld net borsten begon te krijgen, zei hij plagend: “Zie ik daar wat groeien?” En dan ging ik kapot van schaamte. Na de middelbare school heb ik een jaar theaterwetenschap gestudeerd in Amsterdam en woonde ik bij hem op zolder. Ik liep toen dagelijks bij hem naar binnen.’Thijs: ‘Behalve opa en kleinzoon waren we ook gewoon goede vrienden, die graag samen lullen en een glaasje wijn drinken. We deelden een jongensachtig enthousiasme voor het vak. Het licht gaat uit, de mensen zijn stil en dan is het aan ons! Mijn opa kwam ook altijd naar me kijken. Hij was meestal erg trots na afloop, maar belde de volgende dag ook steevast op met enkele kritiekpunten.’Job: ‘Opa Piet was heel lief voor zijn kleinkinderen, maar ik vond het ook een heel grote, tikje intimiderende man. Het is jammer dat hij is overleden voordat ik een beetje inhoudelijk met hem over theater kon praten. Ik heb hem alleen een keer gevraagd of er niet te veel acteurs op de markt zijn. “Hoe meer kraampjes, hoe leuker de kermis,” zei hij toen. Daar denk ik nog vaak aan terug.’

Hebben jullie elkaar geholpen om er tussen te komen?

Han: ‘Mijn vader vond dat je kinderen wat opvoeding en educatie betreft - iets waaraan het hem zelf enorm heeft ontbroken - alles moet geven wat binnen je vermogen ligt, maar dat ze het vervolgens allemaal zelf maar moeten uitzoeken. Ik kan mij ook niet herinneren dat hij mij ooit een advies heeft gegeven.’ Peter: ‘Ik heb mijn kinderen ook nooit ergens binnengeloodst. Het is niet goed als je iemand niet op talent, maar op achternaam een wereld in “kruiwagent”. Je kunt ze alleen de weg wijzen en eventueel namen geven. Ik heb als producent trouwens wel mijn eigen vader gecast voor de rol van inspecteur De Cock in Baantjer. Maar dat was met schaamrood op mijn kaken, toen ik na twee jaar zoeken echt niemand anders kon vinden.’Nienke: ‘Ik vond het gênant dat ik ook wilde spelen, was bang dat ik niet aangenomen zou worden en had het er daarom niet over. Ik heb alleen uit de bibliotheek van oom Bart een monoloog uitgezocht voor de toneelschoolauditie. Hij woonde toen ook bij mijn opa in het grote Römerhuis in Amsterdam.’ Thijs: ‘Oom Han heeft me geholpen toen ik voor het eerst auditie deed bij de toneelschool. We hebben boven in zijn werkkamer aan de teksten gewerkt. Ik werd toen trouwens afgewezen, dus nog bedankt Han! Later heb ik mijn broer Job geholpen met zijn auditie. Dat vond ik hartstikke eng en kwetsbaar, maar ook ontzettend leuk om te doen.’

Jullie zijn bijna allemaal zowel aan het regisseren, acteren als schrijven. Waar ligt jullie hart?

Han: ‘Ik vind mijzelf momenteel vooral een theatermaker. Ik schrijf, vertaal en bewerk toneelstukken, maar speel en regisseer even graag.’Peter: ‘Dat we zijn gaan acteren komt waarschijnlijk door onze opvoeding. Maar het schrijven is bij ons genetisch bepaald. Mijn vader was in zijn diepste ook een schrijver. Hij was een ontzettend goede verhalenverteller. Ik heb vanaf mijn zestiende bijna altijd geschreven. Toen ik daar als hoofd drama bij Endemol lang geen tijd voor had, werd ik daar letterlijk ziek van. Nu schrijf ik weer hoorspelen, tweemaal per jaar een Baantjerboekje en eigen moordromans, zoals het net uitgekomen Bedrog. Schrijven is echt mijn wezen, mijn aard. Ook als ik regisseer, probeer ik dienstbaar te zijn aan de tekst.’Nienke: ‘Wat regisseren betreft heb ik geen enkele ambitie, maar ik hoop zoveel mogelijk het schrijven en spelen met elkaar te kunnen blijven combineren. Het een voedt het ander.’Thijs: ‘Ik voel mij in wezen toch meer een toneelspeler. Als ik schrijf, doe ik dat vanuit mijn acteurschap. Ik speel het eerst in mijn hoofd en schrijf het daarna op.’Job: ‘Op de middelbare school heb ik voor mijn profielwerkstuk Filosofie al een boekje geschreven en momenteel ben ik met een klasgenoot een toneelstuk aan het schrijven. Maar mijn hart ligt bij het spelen. Ik had als kind al de enorme behoefte om in de belangstelling te staan en dat heb ik iets te lang volgehouden.’

Wat hebben de Römers met elkaar gemeen?

Han: ‘Ik weet niet of het iets typisch Römerachtig is, maar we hebben wel allemaal de neiging om te relativeren. Een zekere geldingsdrang is ons ook niet vreemd.’ Nienke: ‘We zijn allemaal niet heel open, we verbergen veel achter humor of draaien om de brei heen. Maar we zijn ook heel verschillend. Ik ben bijvoorbeeld duidelijk een oudste en Thijs een jongste. Thijs was een clown en druktemaker, terwijl ik in een hoekje verlegen zat te lezen.’ Peter: ‘Thijs en ik hebben een zelfde dadendrang. Na zijn afstuderen had Thijs meteen een eigen theatergezelschap. Mijn vader was veel minder ondernemend en stelde zich ontzettend afhankelijk op van zijn bazen. Mijn vader en Thijs zijn trouwens wel veel betere acteurs dan ik. Ik heb het er altijd een beetje bijgedaan.’Job: ‘Ik hoor vaak dat ik dezelfde maniertjes heb als Thijs. Ook op het podium deed ik hem schijnbaar onbewust na. Het was totale adoratie van mijn kant. Hij is altijd een heel liefdevolle broer geweest en stond van de acteurs in de familie het dichtst bij mij qua leeftijd. Op de toneelschool heb ik echt mijn eigen geluid moeten zoeken.’

Hebben jullie met elkaar samengewerkt?

Han: ‘Ik heb met mijn vader in Festen gespeeld, bij De Ploeg. Hij de vader, ik de zoon. Ik hoopte stiekem dat we via deze rollen op een organische manier ook eens zouden kunnen spreken over onszelf als vader en zoon. Ik heb met die relatie namelijk nogal eens geworsteld. Maar hij wou er niet aan. “Wij zijn nu collega’s,” was zijn devies.’Peter: ‘Mijn vader is veertig jaar lang mijn collega geweest. We zaten in dezelfde jeugdseries, comedy’s en later was ik zijn producent. Dan moet je ego en business echt scheiden, al vond ik dat in het begin moeilijk. Ik wilde als zoon ook wat vaderlijke support op de set.’ Nienke: ‘Ik heb zowel met Han, zijn vrouw en opa Piet gewerkt en nu sta ik met mijn eigen man op het podium. Ik vind dat best prettig. Het scheelt dat je met mensen samenwerkt die je goed kent. Je hoeft niet meer vanaf nul te beginnen. Met opa speelde ik onder meer het stuk Vaders. Hij was toen heel sterk wie hij ook privé was. Soms heel vrolijk en soms heel brommerig. Het was heel bijzonder om hem zo intensief mee te maken, zeker omdat dat het laatste was wat hij op het toneel heeft gedaan.’ Thijs: ‘Vanaf de toneelschool wilde ik al een film maken met mijn opa. Ik zou het scenario schrijven en hij zou de hoofdrol spelen. We waren best ver. Ik had Bernlefs boek Op slot bewerkt, we hadden al een omroep en een distributeur. Helaas bleek hij toen te zwak om het uit te voeren. Het is jammer dat het er nooit van is gekomen, maar ik vind het wel heel mooi dat we er samen over hebben kunnen dromen.’Job: ‘Ik ben in een filmscène weleens samen met Thijs van een berg af gerold, maar op het toneel moet ik eerst maar eens kijken hoe ik het er zelf van af breng.’

Zien jullie elkaar nog vaak?

Han: ‘Met Pasen komt de hele familie - inmiddels ongeveer 38 man – altijd bij elkaar. We spelen dan spelletjes en er zijn de hele dag hapjes.’Peter: ‘Pasen hangen we echt aan. Het begint altijd met een lunch, maar het feest is meestal pas rond één uur ’s nachts afgelopen.’Nienke: ‘We hebben dan een heel eigen eierritueel. Voor iedereen is er een gekookt ei met zijn naam erop verstopt. Wie als laatste zijn ei vindt, moet een act doen tussen de schuifdeuren. Zelf heb ik gelukkig al jaren niet verloren. We hebben met alle vrouwen een pact gesloten en helpen elkaar met zoeken.’ Job: ‘We zijn nogal competitief aangelegd en spelen vaak spelletjes. Mijn vader en zijn broers gaan dan bijvoorbeeld een hele middag in bepaalde volgordes staan en dan moet de rest raden welke die zijn.’

Wat is jullie dierbaarste familieherinnering?

Peter: ‘Ter gelegenheid van het vijftig- en zestigjarig huwelijk van mijn ouders zijn we met de hele familie een weekendje weg gegaan. Beide keren hebben we een ouderwetse bonte avond georganiseerd. Voor mensen die acteren, het engste wat er is.’Job: ‘Ik deed toen een goochelact met een plastic hoge hoed met een dubbele bodem. Ik was zo nerveus dat niemand er iets van verstond. Na afloop moest ik het trucje voor opa nog een keer opnieuw doen.’Han: ‘Ik vond het heel mooi hoe we met zijn allen de laatste weken van mijn vader hebben begeleid. Liefdevol, zorgzaam en vanzelfsprekend.’ Thijs: ‘Toen opa Piet overleed, kwam de familie meteen bij elkaar. Vaak leidt zo’n situatie tot overspannen narigheden, maar als één groep mensen hebben we alles geregeld en iedereen opgevangen. Dan zie je wat we samen hebben opgebouwd.’



Han Römer speelt in De verleiders 2. De val van een super-man van Bos Theaterproducties, regie Tom de Ket, 14 februari t/m 8 juni 2014.
Peter Römer speelt in Baantjer in het theater van Niehe Van Lambaart Theaterproducties, tournee t/m 22 februari 2014
Nienke Römer speelt in Liefde enzo van Klein Ovink Theaterproducties, regie Kees Prins, tournee t/m 22 maart
Job Römer speelt in Oresteia van het Noord Nederlands Toneel, regie Gerardjan Rijnders, 20 februari t/m 17 april 2014Thijs Römer speelt in de tv-series Moordvrouw en Nieuwe buren.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen