vrijdag 1 november 2013

Interview Familie Van Opstal

Van Opstal Danst

Imre, Xanthe, Myrthe en Marne van Opstal. Foto Jochem Jurgens















‘Misschien is het iets van hogerhand ofzo?’ Danseres Myrthe van Opstal heeft er zelf nog geen verklaring voor. Het lukte vijf Nederlandse dansers om een contract te veroveren bij het Nederlands Dans Theater (NDT) en vier van hen zijn kinderen uit hetzelfde Limburgse gezin Van Opstal. Marne (1990) trad als eerste toe. Hij startte in 2009 bij NDT 2, de kweekvijver van het gezelschap. Snel daarna volgden zijn drie zussen: Myrthe (1987) in 2010, Imre (1989) in 2012 en Xanthe (1992) in 2013. In augustus 2012 stootten Marne en Myrthe ook nog eens door naar het prestigieuze NDT 1.

Hoe bijzonder is dit voor jullie zelf? Myrthe: ‘Dansen bij het NDT is altijd een heel grote droom voor me geweest. Ik was negen toen ik het gezelschap voor het eerst zag en werd toen al helemaal overdonderd. Op mijn zeventiende heb ik er voor de eerste keer auditie gedaan. Toen ik in 2010 werd aangenomen, was dat dus echt een dream come true.’
Xanthe: ‘Ik keek als kind ook enorm op naar de dansers van het NDT. Ze traden vaak op in Theater De Maaspoort, waar we met de Vooropleiding Dans in Venlo altijd gingen kijken. Ik weet nog dat we dan na afloop achter de coulissen hun handtekeningen gingen vragen.’
Marne: ‘Ik wilde vanaf dat ik ze zag net als zij dansen: majestueus, gecontroleerd en tegelijkertijd met veel dynamiek.’
Imre: ‘Het is een wereldberoemd gezelschap met zoveel verschillende choreografen, van wie je zoveel kunt leren. Dit voelt echt als een speciaal moment in ons leven, dat we voor altijd bij ons gaan dragen.’

Het kan geen toeval zijn dat dit jullie alle vier is gelukt. Geloven jullie in een genetische bepaaldheid? Marne: ‘Dat is voor mij een groot vraagteken, maar we hebben wel allemaal vrij sterke lichamen en we zijn niet zo blessuregevoelig.’
Xanthe: ‘Het zal deels aangeboren zijn, maar het gaat er vooral om hoe je die intelligentie gebruikt, hoe hard je ervoor wilt werken. Niemand wordt met een getraind danserslichaam geboren.’
Myrthe: ‘Wat wij vieren vooral delen is discipline en passie. Als je die niet hebt, dan kom je er niet in de dans.’
Imre: ‘We hebben ook gewoon geluk gehad natuurlijk. Bij dans moet je toch vaak de juiste persoon op de juiste plaats en op het juiste moment zijn. Het gaat soms om typecasting, misschien hadden we toevallig de juiste haarkleur.’
Zijn jullie ouders ook dansers? Myrthe: ‘Ze hebben nooit gedanst of lessen gevolgd, maar ze zijn wel grote cultuurliefhebbers. Mijn moeder heeft op de kunstacademie gezeten en altijd veel geschilderd, mijn vader houdt ervan om te pingelen op de piano en zijn gitaar. Daarnaast zijn ze heel sportief. Mijn moeder heeft in haar jeugdjaren wedstrijden gezwommen en mijn vader begaf zich als Groninger natuurlijk graag op het ijs. Hij speelde ook fanatiek volleybal en surfte. Daar pik je ook wel dingen van op als kind.’

Hoe kwamen jullie bij dans uit? Myrthe: ‘Ik moet een keer iets op tv hebben gezien, een klassiek balletstuk waarschijnlijk. Ik was tamelijk onder de indruk van dat sierlijke gefröbel en wilde ook op les. Ik moest van mijn moeder eerst nog mijn zwemdiploma halen, maar daarna - op mijn vierde of vijfde - mocht ik op kleuterballet. De anderen zijn daarna gevolgd. Als oudste heb je blijkbaar toch bewust of onbewust een voorbeeldrol.’
Marne: ‘Ik had in hetzelfde gebouw pianoles. Die was altijd eerder afgelopen dan de dansles en dan ging ik daar de laatste minuten nog kijken. Ik zat er altijd zo te springen op mijn stoel dat de juf op een gegeven moment vroeg: waarom doe je zelf niet mee?’
Imre: ‘Bij mij ging het hetzelfde. Ik nam er ook pianolessen en kwam vaak kijken. Maar ik ben niet op dans gegaan omdat zij het deden. Ik ben ermee in aanraking gekomen omdat zij het deden.’
Xanthe: ‘Ik kan het me niet meer herinneren, maar ik ging wel eens mee en zat dan schijnbaar ook aan de kant te huppen.’
Werd er ook thuis in de huiskamer gedanst? Xanthe: ‘We zaten alle vier al snel op de Vooropleiding Dans in Venlo. Daar mochten we elk jaar onder de naam “zelfgemaakt” een eigen stukje choreograferen, waarvan de beste dansjes daarna in het theater werden opgevoerd. Daar hebben we vooral thuis aan zitten knutselen.’
Myrthe: ‘Dat weet ik nog, op muziek van The gladiator!’
Marne: ‘We hebben toen wat afgedanst. Echte kinderdansjes, maar altijd al modern. Nooit jazz, hiphop of linedance ofzo.’
Imre: ‘Marne en ik zijn sindsdien eigenlijk altijd blijven choreograferen. We kunnen elkaar echt inspireren. Vorig seizoen hebben we bij het NDT voor de goededoelenavond Switch een choreografie gemaakt, waarin onder anderen Myrthe en Xanthe meedansten. Straks gaan we voor het project Up & Coming Choreographers weer iets maken.’


Hoe gingen jullie ouders om met jullie ambities? Marne: ‘Ze hebben ons erg gesteund, maar nooit gepusht. Ze zeiden altijd: als je er niet gelukkig van wordt, dan moet je stoppen.’
Myrthe: ‘Het is niet zo dat we van hen thuis oefeningen moesten doen ofzo. Onze moeder nam ons wel vaak mee naar dansvoorstellingen. Omdat wij zo graag danser wilden worden, vond ze het belangrijk dat we veel zagen. Als we graag hadden geschilderd, zou ze ons hebben meegenomen naar musea.’

Waarom kozen jullie alle vier al vroeg voor moderne dans?  Imre: ‘Modern paste gewoon beter bij mij. Ik hield als kind van voetballen met de jongens en paardrijden. Ik was te ruw voor klassiek. Ik zou nog eerder voor hiphop of breakdance hebben gekozen dan voor ballet.’
Marne: ‘Ik vond klassiek ballet een beetje truttig en te verhalend. Ik wilde mijn eigen fantasie gebruiken, mijn eigen verhaal vertellen.’
Xanthe: ‘Misschien kwam het ook omdat we niet zo heel vaak naar grote balletopera’s gingen kijken.’

Hoe is het nu om als collega’s in hetzelfde gezelschap te werken? Marne: ‘Voor mij is het een enorme steun. Ik koester mijn familie heel erg.’
Myrthe: ‘We hebben veel steun aan elkaar. We waren bijvoorbeeld bij elkaars auditie aanwezig. Omdat we alle vier weten hoe zwaar zo’n dag is, kunnen we elkaar op zo’n moment heel goed een hart onder de riem steken.’
Xanthe: ‘Bij mij duurde die auditie van half tien ’s ochtends tot half twaalf ’s avonds. Dan is het fijn om tussendoor even samen te lunchen of te chillen. In de balletles staan Imre en ik ook vaak bij elkaar, maar we proberen ons wel altijd professioneel als collega’s te gedragen.’

Zou jullie familieband bij de audities in jullie voordeel hebben gewerkt? Imre: ‘Elk jaar komen er zevenhonderd dansers auditeren, ze gaan je dan echt geen contract aanbieden omwille van een naam. We werden ook niet allemaal meteen aangenomen. We hebben het allemaal een aantal keer opnieuw geprobeerd.’
Marne: ‘Ik denk wel dat als Myrthe en ik ons slecht hadden gedragen, ze misschien minder geïnteresseerd waren geweest in onze jongste twee zussen. We hebben altijd hard gewerkt en een enorme drive en passie voor dans laten zien. Omdat ik aan het gezelschap verbonden was, konden mijn zussen ook wel eens meedoen met de opwarmende balletles, waardoor ze zich alvast een beetje in the picture konden dansen.’
Xanthe: ‘Het kon bij mij twee kanten op. Ik zal wel wat aandacht hebben getrokken omdat ze benieuwd waren naar de vierde. Maar het kan ook dat ze daardoor een te hoog verwachtingspatroon van me hadden waaraan ik vervolgens niet kon voldoen.’
Zien jullie elkaar ook nog buiten het werk? Myrthe: ‘We hebben een heel sterke band met elkaar en we wonen nu allemaal in dezelfde fijne wijk in Den Haag, waar veel NDT-dansers wonen. Maar we zitten niet elke avond bij elkaar op de bank. We wonen nog net ver genoeg om niet bij elkaar naar binnen te kunnen kijken.’
Marne: ‘We koken vaak samen, kletsen, drinken een wijntje of kijken een filmpje.’
Xanthe: ‘Het fijnst is om gewoon lekker bij elkaar te zitten en over koetjes en kalfjes te praten. Het gaat vaak over dans, maar we proberen ook normale gesprekken te voeren. Dat is wel zo gezellig voor de partners, die de danswereld veel minder kennen.’

Hoe is het om met elkaar te dansen? Myrthe: ‘Ik vind het ontzettend leuk om met mijn broer te dansen. We passen qua lengte goed bij elkaar. We zijn in dat internationale gezelschap toch een beetje de lange Nederlanders. Daarnaast zijn we goed op elkaar ingespeeld omdat we bij NDT 2 ook al veel samen dansten. Dat is toch heel belangrijk bij partnering.’
Marne: ‘De communicatie gaat gemakkelijker. We kunnen als familie heel direct zijn en hoeven voor elkaar niet alles te sugar coaten.’

Waaraan kunnen we een Van Opstal op het podium herkennen? Imre: ‘Mensen zeggen dat we “iets” van elkaar hebben, maar wat dat dan is vind ik zelf moeilijk te benoemen. Misschien is het een bepaalde uitstraling?’
Myrthe: ‘Ik denk dat we allemaal durven performen.’
Xanthe: ‘Myrthe en ik lijken ook qua postuur op elkaar.’
Marne: ‘We zijn sowieso allemaal vrij lang en pezig.’

Zijn jullie niet bang dat jullie inwisselbaar worden voor choreografen? Imre: ‘Ik zie mezelf echt wel als een individu. We hebben allemaal eigen kwaliteiten. Ik dans een beetje meer earthly dan de rest. Myrthe beweegt iets zachter en sierlijker en Xanthe technischer. Marne is dan weer een monster op het toneel. Die zie je gelijk staan. Met zijn lange armen en benen neemt hij meteen het toneel in.’
Marne: ‘Myrthe en ik zijn ook meer klassiek opgeleid, Imre is een heel krachtige danser, echt een power house. Van Xanthe heb ik nog maar weinig gezien, maar zij heeft in elk geval een heel mooie, natuurlijke flow.’
Myrthe: ‘We zijn zeker geen exacte kopieën of klonen van elkaar.’


An evening with… Jiří Kylián door NDT 1, met o.a. Marne en Myrthe van Opstal, tournee t/m 15 november. Soto, Goecke, Kylián door NDT 2, met o.a. Imre en Xanthe van Opstal, 31 oktober t/m 9 november, Lucent Danstheater Den Haag; 12 november t/m 19 december, tournee. www.ndt.nl

 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen