vrijdag 1 november 2013

Interview familie Groothof-Breederveld

De artiesten van nummer 26

Leny Breederveld, Lisa, haar zoontje Jack Wolf Bokslag , René, Dora en Marie Groothof

 

 

 
 
 
 




Als we zo samen zitten, zijn we eigenlijk constant aan het spelen,’ zegt René Groothof. Hij heeft samen met zijn drie dochters en zijn voormalige vrouw Leny Breederveld in haar huis in Amsterdam-West afgesproken. Het is gezellig om de eettafel. Een zes maanden oude kleinzoon wordt in het rond gedragen, er zijn koekjes en water met stukjes limoen. Met bier wordt gewacht tot na het interview, maar nu al schiet er om de paar minuten iemand in de lach. ‘We nemen onszelf niet zo serieus,’ verontschuldigt René zich.

Toch kan de familie Groothof-Breederveld al met een behoorlijke staat van dienst uitpakken. René Groothof (1949) maakte naam bij Het Werktheater en met zijn eigen muziek- en vertelvoorstellingen voor kinderen. Samen met zijn broer Frank Groothof (1947) bedacht hij de voorstellingen- en televisieserie Broertjes. Frank was tevens te zien in Sesamstraat en maakt al jaren faam met zijn kinderopera’s.
Leny Breederveld (1951) acteerde onder meer bij de theatergroepen Carver en Orkater, in kinderfilms en in de VPRO-serie Jiskefet. Samen met haar zus Thea (1947) speelde ze onder meer De drie dikke dames en zat ze bij ‘pantomimegezelschap’ Carrousel.
Bij Carrousel leerde Leny ook René kennen. Ze kregen samen drie kinderen. Marie (1981) speelt momenteel bij Schwalbe en Boogaerdt/VanderSchoot, Lisa (1985) is nu te zien bij Het Houten Huis en Dora (1987) liep deze zomer stage bij het Amsterdamse Bostheater. Ze zit in het laatste jaar van de Amsterdamse toneel- en kleinkunstacademie. Totdat Leny en René in 2000 uit elkaar gingen, woonde het hele gezin in Oostzaan.
Wat voor huis hadden jullie daar?
Leny: ‘We hadden daar een goedkoop arbeidershuisje gekocht, waar we steeds kleine stukjes aan bouwden. Het was een romantische plek, een beetje een Pippi Langkous-huis met een grote, weelderige tuin erbij.’
Lisa: ‘Ik vond het echt te gek om zoveel buiten te kunnen spelen. Voor een kind is het heerlijk om in bomen te kunnen klimmen en over sloten te springen. In de pubertijd is het leuker om in de stad te wonen. Wat dat betreft kwam het wel heel goed uit dat onze ouders toen uit elkaar gingen en we naar Amsterdam verhuisden.’


Er woonden vast niet veel acteurs in Oostzaan. Vielen jullie daar op?
Leny: ‘We waren vooral dat gezin met die rommelige tuin.’ 
Marie: ‘De buren hadden allemaal kort gemaaide gazonnetjes en dat van ons was vrij vol gegroeid.’
Dora: ‘Ik weet nog dat ze ons daarom de Biesboschwijven noemden.’
Lisa: ‘Af en toe kwam er in de supermarkt ook iemand naar mijn moeder toe met opmerkingen als: “Ben jij niet een van De drie dikke dames? Ik moest huilen toen jullie stopten.” Dat vond ik als kind altijd heel raar.’
Marie: ‘Ze noemden ons ook: die artiesten van nummer 26.’ 


Wilden jullie als kinderen ook de theaterwereld in?
Lisa: ‘Ik wilde bij het Wereld Natuur Fonds, pandaberen redden en zo.’ 
Marie: ‘Ik droomde vaak over grote balletvoorstellingen. Die vond ik altijd heel mooi.’
Dora: ‘Ik was een echt paardenmeisje en wilde bij de bereden politie.’
Waarom werd het dan toch theater?
Marie: ‘Na de middelbare school voelde ik al wel iets voor die theaterwereld. Maar ik wilde niet zomaar hetzelfde gaan doen als mijn ouders en koos daarom voor de filmacademie. Daar ontdekte ik al snel dat ik het toch veel leuker vond om in filmpjes te spelen dan om ze te maken. Na twee jaar ben ik daarom enkele oriënterende acteercursussen gaan volgen. Na de mimecursus was ik verkocht.’ 
Lisa: ‘Ik denk dat Marie het bij mij heeft aangewakkerd.’ 
Dora: ‘Toen ik achttien was, heb ik er ook over nagedacht. Maar ik kon toch niet óók hetzelfde gaan doen. Omdat ik rekenen altijd al erg leuk vond, ben ik  boekhouden gaan studeren en bij een theaterproductiekantoor gaan werken. Via aangetrouwde familie hoorde ik met Kerstmis dat ze er nog iemand zochten. Toch begon ik me na twee jaar op kantoor te vervelen. Als ik mijn zussen en ouders zag spelen op premières, wilde ik daar ook staan.’


Hoe groot achten jullie de rol van jullie opvoeding in die keuze voor theater?
Leny: ‘We hebben onze dochters op jeugdtheater en ballet gedaan, maar evengoed op paardrijden en zwemmen. We hebben nooit gezegd dat ze ook het toneel op moesten.’
Marie: ‘Ze hebben ons vooral laten zien hoe belangrijk en bijzonder theater voor henzelf was en hebben ons daarmee waarschijnlijk per ongeluk geënthousiasmeerd. We zijn ookvan kinds af aan veel met theater in aanraking gekomen en daardoor was de stap misschien minder groot of onverwacht dan wanneer je ouders allebei op kantoor werken.’
René: ‘Daar geloof ik wel in. Mijn vader was kapper en ging nooit naar theater, maar hij zong wel in de kerk. Als je vader in de nachtmis het Ave Maria zingt, maakt dat indruk.’
Het zal ook vast geen toeval zijn dat jullie bijna allemaal voor de mime kozen.
Leny: ‘Ergens moet er wel een draadje zijn, denk ik. Mijn oudste zus Willy was opeens helemaal gek van de film Les enfants du paradis. Zij heeft me opmerkzaam gemaakt voor het genre. Ik wilde altijd danseres worden, toneel vond ik te veel tekst. Mime bleek ertussenin te zitten.’
René: ‘Onze kinderen zijn er natuurlijk met de spreekwoordelijke paplepel mee groot gebracht. De voorstellingen van Leny en mij hebben een sterk beeldend en fysiek karakter. Daarnaast is de mimeschool ook gewoon een leuke speeltuin voor jonge theaterspelers en -makers.’
Marie: ‘Mijn ouders hebben nooit heel letterlijk uiteengezet wat voor verschillende richtingen er allemaal waren binnen theater. Theater was gewoon theater. Het waren vooral de voorstellingen van Alex d’Electrique en Bambie die mijn ogen openden. Toen ik die zag, kreeg ik ontzettend veel zin om zelf de vloer op te stappen en mee te doen. Ik vond het echt geweldig dat je ook puur vanuit beeld en je fysiek theater kon maken.’
Lisa: ‘Ik heb verschillende audities en cursussen gedaan, maar bij de mimeopleiding in Amsterdam klikte het. Het was gewoon heel erg leuk om te doen. Ik had er zoveel lol in.’
Dora: ‘Ik heb net als mijn zussen de oriëntatiecursus mime gevolgd en vond die ook heel erg leuk, maar ik zing ook graag en speel piano en heb daarom voor de toneel- en kleinkunstacademie gekozen.’


In 2010 stonden Leny, Marie, Lisa en Dora samen op de Parade met de voorstelling Het perron. René maakten met Marie Beer is los. Hoe was dat?
Lisa: ‘We waren er iets te naïef ingestapt. We hadden wel dezelfde humor en vonden dezelfde dingen goed en slecht, maar we bleken niet dezelfde taal van maken te hebben. Het was wel even crisis. De dag voor we moesten spelen, hadden we nog niet eens een volgorde.’
Leny: ‘Het was moeilijker dan ik dacht. Maar gelukkig zijn we door de crisis heen gekomen en hebben we uiteindelijk een heel erg leuke tijd gehad.’
René: ‘Het is anders spelen. Normaal is er een gezonde concurrentie tussen acteurs en nu voel je je toch verantwoordelijk voor elkaar. Maar Marie en ik hebben veel lol gehad.’
Hoe is het om elkaar te zien spelen?
René: ‘We zijn natuurlijk apetrots als we onze dochters zien spelen.’
Leny: ‘Ik ben altijd wel een beetje zenuwachtig.’
Marie: ‘Ik weet nog dat ik thuis een registratie van de musical Medio mei zag, waarin René doodgestoken werd. Mijn moeder ging ondertussen gewoon door met strijken. Dat was wel een rare, bizarre trip.’
Dora: ‘Ik vond het heel heftig om te zien hoe Marie in elkaar geslagen werd in De wederopstanding van een klootzak.’
Lisa: ‘De Broertjes vond ik al spannend. Het was zo zielig dat René de lul was en dat Frank hem zat te pesten.’


Vragen en geven jullie veel advies aan elkaar?
Leny: ‘We willen uiteraard
dat onze dochters het goed doen en waren daarom in het begin vooral na premières heel erg kritisch. Dat komt waarschijnlijk omdat we hetzelfde vak uitoefenen. We gingen ze beoordelen naar wat we zelf gedaan zouden hebben. Maar daar zijn we op teruggekomen. Zij zijn van een andere generatie en doen gewoon andere dingen.’
Dora: ‘Als ik onzeker ben in het maakproces, vraag ik zeker advies. Omdat we heel erg eerlijk zijn voor elkaar, zijn tips heel waardevol.’
Lisa: ‘Ik vraag René weleens om te komen “voorzitten”.
Marie: Ik vind het fijn om met mijn ouders en zusjes over theater te praten en hecht zeker veel waarde aan hun mening, maar nodig ze meestal pas uit als het af is.’


Jullie liggen alle drie dicht bij elkaar in leeftijd en speelstijl. Zien jullie elkaar als concurrenten?
Marie: ‘Ik ben tot nu toe eigenlijk vooral trots als ik mijn zusjes zie spelen, omdat ik ze allebei ontzettend goed vind. Misschien dat jaloezie zou opduiken als ik niet meer gevraagd zou worden en een andere baan zou moeten zoeken, terwijl zij ondertussen projecten doen die ik graag had willen doen en ik op hun premières steeds de vraag zou moeten beantwoorden: En wat doe jij nu eigenlijk?’
Lisa: ‘Op Dora ben ik weleens jaloers omdat ze zo muzikaal is en lekker kan zingen. Maar als ik iets hoor waarvan ik denk dat het misschien iets voor Marie of Dora is, tip ik ze dat zeker. We zijn trouwens wel heel verschillend. Ik zal niet zo snel gevraagd worden voor de dingen die Marie of Lisa doen.’
Wat zijn de grootste verschillen tussen jullie?
Leny: ‘Onze dochters gaan echt een eigen, nieuwe richting op. Marie maakt met Schwalbe bijna minimalistische performances, waarbij ze vanuit één enkel idee of concept vertrekt. In Schwalbe speelt op eigen kracht ging ze een uur lang fietsen en in Schwalbe zoekt massa een uur lang lopen. Daar moest ik in het begin wel aan wennen. Dat is veel moderner dan wat wij deden. René en ik maakten gewoon scènes.’
René: ‘Marie is het meest een maker, maar daarnaast is ze ook een heel leuke speelster die lekker eigenzinnig haar eigen rol invult, met een goed gevoel voor humor. Lisa is echt een toneelbeest dat ongegeneerd ergens durft in te duiken. Dora gaat nu haar laatste jaar in en moet er nog in groeien, maar je ziet al dat zij zich heel prettig voelt op het toneel.’
Marie: ‘Mijn moeder is heel gedetailleerd als speler. Zij kan ontzettend veel vertellen met alleen een blik, een pulkende hand of een verandering in haar houding. Ze blijft dicht bij zichzelf als speler en is altijd op zoek naar de kwetsbare, menselijke kant van haar personage. Mijn vader heeft ook een geweldige fysiek, maar is vooral de beste verteller van ons allemaal. Hij heeft daarbij geen effecten nodig. Met simpele middelen weet hij een hele wereld te creëren.’


Waar kunnen we een Groothof-Breederveld dan aan herkennen?
Lisa: ‘Ik denk aan onze droge humor.’
René: ‘We vergroten voortdurend dingen uit, geven understatements af en maken daar dan lol over.’
Leny: ‘We houden van zelfspot, al is het niet zo dat we de hele avond clownesk bezig zijn. We hebben heus weleens serieuze gesprekken met elkaar.’

- René Groothof speelt dit seizoen nog in Dali, of hoe word ik beroemd? en Ik ben niet bang bij Beer Muziektheater.
-
Marie Groothof speelt Schwalbe zoekt massa bij Schwalbe en Small world bij Boogaerdt/VanderSchoot.
-
Lisa Groothof is te zien in Hotel Perdu bij Het Houten Huis en in Weeshuis bij Beumer&Drost.
Volgend
jaar maken René en Lisa samen een muziektheatervoorstelling
naar het kinderprentenboek Waarom zijn er meer vragen dan antwoorden, Opa? van Kenneth Mahood. Leny Breederveld had dit jaar ‘weinig te doen’ en besloot daarom een oude hobby op te pikken; ze volgt een opleiding tekenen en beeldhouwen aan de Wackers Academie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen