vrijdag 1 maart 2013

Interview Familie Dagelet

‘Wij zijn geen toneelmensen pur sang’

Hans, Esther, Monk, Charlie Chan en Mingus Dagelet, foto Jochem Jurgens















‘Het is hier geen rustig huishouden,’ waarschuwt altvioliste Esther Apituley voor haar huis in Amsterdam Oud-Zuid. ‘We hebben altijd mensen over de vloer van allerlei allooi en iedereen zit hier meestal dwars door elkaar heen te praten en te spelen.’ Binnen vormen vintage meubels, rondslingerende instrumenten en tekeningen aan felgekleurde muren een al even vrolijke amalgaam. Het huis waar Apituley samen met acteur en muzikant Hans Dagelet (1945) en hun jongste zoon Monk woont, ademt creativiteit.

De invloed op de kinderen blijkt groot. Monk (1997) speelde onlangs in twee korte films, Mingus (1991) in de boekverfilming Koning van Katoren en Charlie Chan (1986) bij Toneelgroep Amsterdam (Zomertriologie, In ongenade). Ook de twee dochters uit Hans’ eerste huwelijk, Dokus (1973) en Tatum (1975), speelden van jongs af aan in verschillende series en films. In mei komt de film Leve boerenliefde uit, waarin Tatum een hoofdrol speelt. Daarnaast maakte zij carrière als presentatrice en journalist. Hans: ‘Ik ben ongelooflijk trots op mijn kinderen. Het is een soort wonder dat is geschied.’

Hoe heeft de vonk zo kunnen overslaan?
Hans: ‘Ze hebben het helemaal zelf gedaan. Ik heb mijn kinderen totaal niet bewust gestimuleerd om naar de toneelschool te gaan. Ik praat weinig over mijn vak, ik doe het gewoon. Ik stond er waanzinnig van te kijken toen Charlie en Mingus opeens toelatingsexamen gingen doen. Waarschijnlijk hebben ze mijn passie toch herkend en opgepakt.’
Tatum: ‘Bij mij en mijn zus heeft Hans het vak zelfs eerder afgeraden. Hij waarschuwde altijd dat het een onzeker bestaan was. Over de toneelschool was hij ook niet bepaald lovend. Achteraf vind ik het best jammer dat ik niet naar de toneelschool ben gegaan. Toen theater ook bij mij begon te kriebelen, bleek het moeilijk concurreren met de mensen die wel een opleiding hadden.’

Welke rol speelde theater thuis?
Mingus: ‘Op de toneelschool kwam ik erachter dat ik in vergelijking met sommige klasgenoten helemaal niet zo veel theater heb gezien. We gingen eigenlijk alleen naar de voorstellingen van mijn ouders kijken. Thuis merkte ik van het theaterwerk van mijn vader eigenlijk niet zoveel meer dan dat hij teksten aan het repeteren was.’
Tatum: ‘Dokus en ik gingen al van jongs af aan mee. In die tijd speelde onze vader vooral in heel abstracte stukken, waar we totaal niets van begrepen. Ik vond het verschrikkelijk af en toe. Dan moest ik twee uur lang stilzitten en stond mijn vader ook nog eens bloot op het podium. In die tijd dacht ik: toneel, dat hoeft voor mij niet. Laat mij maar acteren op tv en in films. Een aantal jaren geleden is dat pas omgeslagen. Toen ik in de voorstelling Luxeproblemen speelde en met mijn familie op De Parade stond, vond ik dat geweldig en wilde ik méér.’

Jullie stonden als gezin vier keer op De Parade als Bende Dapitulet. Hoe ging dat eraan toe?
Esther: ‘Ik heb er altijd van gedroomd om als een circusfamilie met een paardenkoets door de wereld te reizen. Zo’n Parade is dan natuurlijk een geweldige ervaring. Het was heel bijzonder om samen met familieleden op het toneel te staan. Er heerste een soort saamhorigheid met vanzelfsprekende codes. We voelden elkaar precies aan. Maar de repetities… Daar had een camera op moeten staan! We zaten natuurlijk met verschillende generaties. De jongste kinderen begrepen totaal niet dat je moet oefenen en liepen de hele tijd weg. Volgens mij heeft de regisseur het echt zwaar gehad met ons.’
Mingus: ‘De eerste keer dat ik meedeed was ik acht. Ik vond het wel leuk, al die aandacht. Het schijnt dat ik zelfs een keer weigerde te spelen omdat ik vond dat er niet genoeg publiek in de tent zat. Maar Monk en ik liepen inderdaad ook veel weg om te gaan voetballen of we maakten tot op het toneel ruzie met elkaar. Dan zat Monk bijvoorbeeld de hele tijd in mijn rug te porren.’
Monk: ‘Op een gegeven moment had ik er echt geen zin meer in.’
Charlie: ‘Als je met je familie zoiets doet, zijn er natuurlijk geen grenzen.’

Zijn jullie ook een hechte bende?
Mingus: ‘We zitten vaak allemaal door elkaar te lullen en ons eigen kunstje op te voeren. Maar verder is het ook een heel liefdevol nest, waarin we heel open zijn naar elkaar.’
Esther: ‘Juist omdat we weten dat die saamhorigheid er is, durven we ook rechtdoorzee te zijn. En we vullen elkaar goed aan. Ik ben geen actrice en Hans en Charlie helpen me daarom met teksten. Ik help hen dan weer met muziek.’
Charlie: ‘We wonen allemaal vlak bij elkaar in Amsterdam en we helpen elkaar zoals familie elkaar helpt. Ik ga koken voor mijn broertje als mijn ouders er niet zijn.’
Tatum:‘Dokus woont naast me, dus die zie ik zelfs elke dag. Alleen Mingus zie ik wat minder omdat hij nu in Maastricht woont.’
Mingus: ‘Ik heb nu vooral een relatie met school en mijn vriendin.’

Hans speelt trompet en Esther altviool. Hoe belangrijk was muziek in jullie jeugd?
Charlie: ‘Het klinkt cliché, maar er was altijd muziek in huis. Mijn moeder gaf thuis ook les. Al die stukken die ze met haar leerlingen repeteerde, kan ik nog dromen. Ik ben er echt mee opgegroeid. Op mijn zevende ben ik begonnen met piano en op mijn tiende met cello.’
Mingus: ‘We speelden vaak allemaal tegelijkertijd en door elkaar. Je moet je voorstellen dat Esther in de huisstudio met een aantal muzikanten aan het repeteren is, Hans in zijn werkkamer op trompet meespeelt met een gettoblaster die heel hard aanstaat en ik in de kelder zit te drummen.’
Esther: ‘Ik vind dat er in de opvoeding drie belangrijke regels zijn: eten, drinken en muziek. Al mijn kinderen moesten toen ze zeven, acht jaar oud waren van mij een muziekinstrument leren spelen. Ik was daarin echt heel streng. Tot huilen toe moesten ze elke dag studeren. Ik heb ze daarvoor zelfs met cadeautjes zitten chanteren. Het ging mij er niet om dat ze wereldberoemd zouden worden. Maar ik weet zelf hoe belangrijk muziek in je leven kan zijn en dat wil ik mijn kinderen gewoon niet onthouden.’

Klopt het dat de namen Mingus, Charlie Chan en Monk ook verwijzen naar beroemde muzikanten?
Hans: ‘De jazzmuzikanten Charlie Parker en Thelonious Monk spelen als grondleggers van de nieuwe muziekstroming Bebop een grote rol in mijn leven. Omdat de eerste vrouw van Parker Chan heette, hebben we onze eerste dochter Charlie Chan genoemd. Bovendien was ik ook van jongs af aan begeesterd door Charlie Chaplin, ook CC. Mingus is genoemd naar bassist Charles Mingus, de jazzmuzikant die samen met Monk en Parker de Beboprevolutie was begonnen. Monk completeert de twee andere namen.’

Wat is er overgebleven van die muzikale opvoeding?
Monk: ‘Toen ik net begon, moest ik elke dag vijf minuten spelen en dat wilde ik echt niet. Maar als ik nu oefen, speel ik een uur. Ik vind het nu vooral heel leuk om te doen.’
Mingus: ‘Bij mij heeft het ook niet averechts gewerkt. Ik heb de vooropleiding conservatorium drums gedaan en ik volg nu piano op school.’
Charlie: ‘Toen ik een jaar of vijftien was, kreeg ik even andere interesses. Maar inmiddels heb ik het weer opgepikt. Ik volg weer les en heb nog nooit zoveel gestudeerd.’
Tatum: ‘Ik ben al snel met pianolessen gestopt. Esther heeft er bij haar kinderen altijd bovenop gezeten, dat hadden wij thuis niet.’

Heeft de muziek ook jullie manier van acteren beïnvloed?
Charlie: ‘Hoe ik tijdens celloles een stuk echt noot voor noot ontleed, is eigenlijk ook hoe je een theatertekst behandelt. Ik merk nu dat je het heel goed naast elkaar kunt leggen. Theater is ook een soort muziekstuk met pauze, stiltes, snelheid en uitspattingen.’
Hans: ‘Ik denk dat mijn kinderen en ik vrij gestileerd en vormbewust acteren. Ik vind wat Charlie doet heel dansant en ik zie bij Mingus de behoefte om dingen in te kaderen in strenge vormen. Dat heeft volgens mij ook met muzikaliteit te maken, met bewustzijn van vorm en ritme.‘
 
Geloven jullie in een genetische erfenis?
Esther: ‘Ik wel. Ik ben half Moluks en heb ook echt een warm-land-karakter. Ik ben natuurlijk niet neutraal, maar ik zie bij ons allemaal temperament. We spelen vanuit een soort noodzaak, met een enorme energie en kracht. Als een pitbull gaan we ervoor.’
Hans: ‘Het is inderdaad niet van onderuit acteren, maar het is echt erbovenop, bijna bijtend soms.’
Mingus: ‘Als Charlie en Hans op het toneel staan, zijn ze heel erg aanwezig. Ik denk dat dat bij mij ook zo is. Het is een soort charisma of zo.’
Tatum: ‘Ik weet niet of het genetisch is, maar de vader van mijn dochter is radio-dj (Ruud de Wild, red.) en ondanks dat ze niet vaak meegaat naar zijn werk, luistert ze toch het liefst de hele dag naar muziek. Daarnaast herken ik bij mezelf eenzelfde soort humor of grofheid die mijn vader ook kan hebben. We houden er allebei van om mensen uit hun tent te lokken. Dat zit ook in zijn boek en mijn schrijfwerk.’

Wat maakt de Dagelets anders dan andere theaterfamilies?
Hans: ‘We zijn niet zo’n uitgesproken theaterfamilie. Ik ben niet echt een theatermens pur sang. Ik heb soms het idee dat ik mij gelukkiger voel bij het maken van een schilderij of bij het schrijven van een verhaal of artikel dan bij het acteren.’
Charlie: ‘Ik ben heel anders dan mijn broertje en ook heel anders dan mijn ouders, maar wat wij allemaal gemeen hebben is dat we heel erg intuïtief zijn in wat we graag willen maken en doen. Dat is vaak veel breder dan alleen puur toneel of klassieke muziek. Mijn ouders vonden het altijd heel belangrijk dat je die vrijheid hebt, maar ook dat je daarvoor moet werken, geduld moet hebben en moet doorzetten. Hoewel mijn ouders het nooit over “werken” hebben.’
Mingus: ‘Hans maakt alleen wat hij zelf vet en mooi vindt, ook als er mensen bij weglopen. En ook mijn moeder heeft niet voor een vast orkest gekozen. Ik heb zelf vwo gedaan om zoveel mogelijk opties open te houden. Ik teken ook heel veel. Ik zit nu op de toneelschool in Maastricht, maar als dat straks niet werkt, ga ik misschien alsnog naar het conservatorium.’

Heeft de naam Dagelet voordeel in jullie carrière opgeleverd?
Tatum: ‘Tegenwoordig komen mensen in dit vak terecht via internet en sociale media. Dat lag vroeger anders. In mijn kinderjaren namen crewleden en acteurs familieleden mee naar de filmset om te figureren of kleine rolletjes te spelen. Zo ben ik in het begin door mijn vader wel in het wereldje gekomen. Maar toen ik zeven was, heb ik mezelf ingeschreven bij het castingbureau Moeder Anne en daar moest ik gewoon voor alles auditie doen.’
Mingus: ‘De contacten zijn nog steeds wel een voordeel. Het is handig dat mensen me kennen, maar meer niet. Het is soms best vervelend als mensen opmerkingen over mijn naam maken. Ik ben toch echt mezelf, niet de naam van mijn vader. Het allerleukste zou zijn als er ook een keer “Hans Dagelet, vader van Mingus” in de krant zou staan.’

Zouden jullie het theatervak op jullie beurt ook weer willen doorgeven?
Charlie: ‘Ik vind dat kunst je leven rijker maakt en ontzettend veel geeft, of het nu toneel, muziek, literatuur of schilderkunst is. Het is daarom iets wat ik iedereen wel zou willen geven.’
Tatum: ‘Ik probeer mijn dochter Toy vooral te stimuleren in wat ze leuk vindt en dat is nu vooral muziek en zingen. Ze zit al op zangles.’

Kan de theaterwereld nog een nieuwe generatie Dagelets verwachten?
Hans: ‘Ik denk dat er wel iets in Toy zit, ja. Ze is ook iemand die heel erg aanwezig is.’
Tatum: ‘Ze vindt optreden geweldig en heeft zeker een hoge vorm van drama. Maar Monk is ook een geval apart. Ik denk dat hij ons allemaal gaat verrassen. En misschien het beroemdst wordt van iedereen.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen