dinsdag 13 maart 2012

Reportage tentoonstelling Wie is de nar? Spelen met de macht


Theatermuseum zet ‘zotskap’ op in Den Haag


Een vrolijke man van in de vijftig draagt een donkergele ‘zotskap’ met belletjes en twee ezelsoren. Hij mist een paar voortanden, heeft een klein grijs baardje, blos op de wangen en kraaienpootjes rond zijn ogen, waarmee hij ietwat beschonken voor zich uit staart.
Het is het sprekende portret van de nar Pieter Cornelisz van der Mersch, alias ‘Piero’. Schilder Cornelis Cornelisz van Haarlem vereeuwigde de zot omstreeks 1600 in olieverf. Het schilderij is een van de topstukken van de museumcollectie van het Theater Instituut Nederland en te bewonderen op de tentoonstelling Wie is nar? Spelen met de macht.


Het Theater Instituut Nederland (TIN) wil in 2013 een nieuw theatermuseum openen in de Stopera, het gebouw van het Amsterdamse stadhuis en het Muziektheater. Het zou daar jaarlijks 75.000 bezoekers kunnen trekken. Op 1 februari diende het instituut hiervoor een subsidieaanvraag in bij de gemeente Amsterdam en het Rijk. Wie is de nar? moet de plannen kracht bijzetten en midden in het bestuurlijke centrum van het land laten zien wat het TIN in huis heeft. ‘Over onze aanvraag om een doorstart te maken als theatermuseum wordt ondermeer in Den Haag besloten. Daar willen we dan ook onze theatercollectie zichtbaar maken. De ondertitel is niet voor niets Spelen met de macht.’ zegt Trudy van Zadelhoff, die samen met Rob van der Zalm conservator is van de tentoonstelling.

SpiegelpaleisOver macht gesproken. Het uit de zestiende eeuw stammende patricierspand van Pulchri Studio aan het Lange Voorhout was tot 1900 de woning van politici, ambassadeurs, aristocraten en hoge ambtenaren. Daarna werd het rijksmonument de zetel van het Schilderkundig genootschap Pulchri Studio, met als beschermvrouwe hare majesteit de koningin. Na de rijkelijk versierde hal met marmeren tegels en gouden trapleuningen is de opvallende tentoonstelling van het TIN hier even schrikken. Midden in de deftige expositieruimte staat een ouderwets spiegelpaleis met op de vloer een patchwork van felgele, rode, blauwe en groene ruiten. Ontwerpster en scènografe Tatyana van Walsum huurde het doolhof van glas en spiegels van een echte kermis. ‘Ik heb geprobeerd om de kern van de nar om te zetten in een fysieke ervaring. Ik wilde de verwarring, het zoekende, het de weg kwijt zijn ruimtelijk vorm geven’, vertelt de ontwerpster.

Narrengeschiedenis
In het spiegelpaleis doolt de bezoeker door vier eeuwen theatergeschiedenis. Het verhaal van de nar dient als kapstok. Wie is de nar van toen en nu? Wie is die ongrijpbare figuur die speelt met de machthebber en hem een spiegel voorhoudt? De hoogtijdagen van de nar lagen in de vijftiende tot en met de zeventiende eeuw. Met originele uitgaven van het satirische Lof der zotheid (1511) van Erasmus en van de dwaze avonturen van Tijl Uilenspiegel (ca 1504) schept de expositie meteen een mooie context. Anders dan de ons omringende landen kende Nederland geen echte hofnarren. Onze narren hoorden bij de rederijkerskamers, de literaire genootschappen in de steden. Pieter Cornelisz van der Mersch is de enige Nederlandse nar waarvan nog tamelijk veel bekend is. Onder het olieverfportret van Cornelis Cornelisz van Haarlem ligt zijn zakschrift, onleesbaar volgekrabbeld met rijmpjes en liedjes. Daarnaast is een gedrukt boekje te zien met toespraken en liedteksten, destijds gezongen bij een door Van der Mersch georganiseerd ‘zottenfeest’ met als hoogtepunt een ‘zottenhuwelijk’ van de Knoeipot met de Bedriegster.

In de zeventiende eeuw verliest de traditionele nar zowel aan de Europese hoven als in onze steden langzaam haar betekenis. Door het verval van de absolute machthebber en de opkomst van het rationalistische denken lijkt de rol van de nar in de echte wereld uitgespeeld. Maar in het theater blijven koningen en narren heersen. Exemplarisch is de veelgespeelde klassieker King Lear. In de scène van de koning met zijn ‘fool’ draait Shakespeare de traditionele rollen om; de koning is gek geworden en zijn nar wijs. Het toneelstuk is voor de tentoonstellingsmakers een mooie aanleiding om materiaal te tonen van bekende acteurs die zich aan Shakespeares rollen waagden. In een verbleekt krantenknipsel bespreekt een recensent het spel van cabaretier Freek de Jonge als verstandige nar bij het Nationale Toneel in 1993. En een zwart-wit foto van Leo van Velzen uit 1979 toont John Kraaijkamp sr. als verwarde koning bij het RO Theater. Hij draagt veren op zijn hoofd en een strop om zijn nek.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw signaleren de samenstellers een revival van de nar. Serieuze machthebbers schreeuwden opnieuw om ontregelende figuren. Wie is de nar? toont de festivalaffiches en filmfragmenten van het Festival of Fools (1975-1984). Tientallen muzikanten, clowns en theatergroepen veroorzaakten tijdens dit festival chaos en gekte in de Amsterdamse binnenstad. Een soortgelijk narrenfeest is natuurlijk het jaarlijkse carnaval, waarmee Zuid Nederland nog steeds de gangbare verhoudingen op zijn kop zet. Tussen alle narrenkostuums in hangen daarom ook de met belletjes en pauwenveren versierde prinsensteek en -mantel van Prins Carnaval uit het ‘Knollevetersgat’ Berkel-Enschot.

Een oranjepaarse platenkaft met grote bloem verbergt de kritische hit ‘Arme Ouwe’ van Cabaret Lurelei. Het lied over koningin Juliana leidde in 1966 tot Kamervragen en zelfs politieagenten in de zaal. Cabaretiers zijn goed vertegenwoordigde narren op de tentoonstelling. Soms verlaten ze het theater en mengen ze zich nadrukkelijk in het maatschappelijke debat. Cabaretier Wim Kan startte in 1971 een actie om keizer Hirohito de toegang tot Nederland te ontzeggen. Hij hield hem verantwoordelijk voor het leed in de Japanse concentratiekampen in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Kan zat er zelf jarenlang vast, ondermeer bij de beruchte Birmaspoorweg. Naast al zijn platen, is het theatermuseum in het bezit van Kans handgeschreven partituur ‘Railroad of death’ en een getypt velletje met de vlijmscherpe tekst van zijn ‘Railroad liedje’. ‘Er leven haast geen mensen meer / die ’t hebben meegemaakt / de vijand heeft er ongeveer / een derde afgemaakt! / die slapen in een jute zak / de Birma hemel is hun dak / de kampen zijn verlaten – leeg de cellen / er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen.
Cabaretiers Freek de Jonge en Bram Vermeulen wilden in 1978 voorkomen dat het Nederlands voetbalelftal zou deelnemen aan het WK in het toenmalig dictatoriale Argentinië. Getuigen van hun campagne zijn een affiche met in blokletters VOETBAL GAAT DOOR. DE AKTIE OOK, een lp met de singel ‘Bloed aan de paal’ en een wit jaren ’70 T-shirt met de in zwart opgedrukte boodschap Boycot WK ’78.

Aan het eind van het spiegelpaleis confronteert de tentoonstelling ons met de vraag wie de nar en de koning anno 2012 zouden kunnen zijn. Wie houdt ons nu nog een spiegel voor? Hebben onze machthebbers nog wel behoefte aan narren? Of luisteren zij liever naar de stem van het volk? Spelen grappende politici zelf voor nar? Of zijn de multinationals de echte machthebbers van nu? De tentoonstelling doet een voorstel met een reeks foto’s van bekende Nederlanders. De bezoeker mag stemmen met een dik rood potlood. Op de ene zijde van het stemformulier staat de meerkeuzevraag ‘Wie kroont u tot nar?’ en op de andere zijde ‘Wie kroont u tot koning?’ De voorgestelde antwoorden zijn op beide kanten gelijk. De lijst loopt in alfabetische volgorde van cabaretier André van Duin tot aan prinses Máxima Zorreguieta. Een grote metalen ton verzamelt de antwoorden. Een gepensioneerde man uit Delft kroont de manager tot koning: ‘Narren zouden in deze tijd vooral de managers een spiegel moeten voorhouden. Of eigenlijk zou iedereen een kleine nar bij zich moeten hebben. Net zoals Japie Krekel het geweten van Pinokkio was.’

Leve de kunst!Buiten op het Lange Voorhout doen studenten in t-shirts van de tentoonstelling enorm hun best om willekeurige voorbijgangers naar binnen te lokken. Maar heel druk is het nog niet in het spiegelpaleis op de eerste tentoonstellingsdag. De meeste bezoekers in Pulchri komen voor de tapijtententoonstelling in een andere zaal en botsen toevallig tegen het spiegelpaleis aan. Twee dames met rode sjaaltjes lopen er stellig met een boog omheen. ‘Wij komen voor de kunst. We hebben geen zin in een politieke tentoonstelling.’ Een Delftenaar, die vroeger in de bouw en voor VROM werkte en zich nu in het edelsmeden verdiept, is ook een toevallige voorbijganger. Hij is positief verrast. ‘Ik vind het een heel inspirerende tentoonstelling. Geestig en amusant. Vooral de narrenkostuums spreken tot de verbeelding.’ Hij vindt het ook belangrijk dat de museumstukken goed bewaard blijven. ‘Nederland zit in een soort vergeetperiode. Maar we moeten onze historie in stand houden.’ Een dame met een grote bos rode krullen, die het TIN al jaren lang volgt en speciaal voor de expositie naar Pulchri is afgereisd, heeft net voor de tweede keer haar hoofd aan het glas gestoten en durft niet meer naar binnen. Maar wat ze gezien heeft, vindt ze ‘ontzettend mooi’. ‘Leve de kunst! Leve de cultuur!’ roept haar man uitgelaten als ze verder gaan. Voor hen en andere fans liggen overal rondom het spiegelpaleis stapels flyers met de tekst ‘Houd onze geschiedenis levend. Steun het theatermuseum’. Supporters kunnen hun waardering voor de theatercollectie zichtbaar maken op een speciaal daarvoor opgezette website.

Sinds haar oprichting in 1925 heeft het TIN een museumcollectie van tegen de miljoen theaterstukken opgebouwd. Door de bezuinigingen in de culturele sector wordt het theaterinstituut in 2013 opgeheven. Het stopt dan met het ondersteunen van de Nederlandse theatersector en daarmee met de promotie van Nederlands theater in het buitenland en het lanceren van jong talent. Om het erfgoed van vier eeuwen theatergeschiedenis bij elkaar te houden, hoopt het instituut als louter museum toch nog te blijven voortbestaan. ‘Onze collectie is van onschatbare waarde. Wij zijn de enigen die de Nederlandse theatergeschiedenis kunnen laten zien en het complete verhaal kunnen vertellen en tonen. Als de collectie uiteenvalt, is alles wat we de afgelopen 100 jaar hebben opgebouwd in één klap vernietigd.’ meldt Trudy van Zadelhoff, medewerker collectie & documentatie.

Hevige storm
Met een zwarte jurk en rode pumps aan draagt actrice Adelheid Roosen een witte clownsmarionet uit 1900 van Janus Cabalt. Samen met vijf andere geëngageerde theatermakers staat ze buiten op het Lange Voorhout afgebeeld op viermetershoge foto’s van Michiel Voet. ‘Het is de bedoeling om onze theatercollectie te koppelen aan de actualiteit. Acteurs van nu houden daarom collectiestukken en daarmee ook hun eigen theatergeschiedenis vast.’ vertelt conservator Trudy van Zadelhoff. Op de achterkant van de reusachtige foto van Adelheid Roosen kun je lezen dat de actrice interculturele projecten opzet, waaronder in 2003 de Gesluierde monologen over de intieme beleving van moslima’s.
Iets verder op het plein staat in een lange zwarte jas actrice Ariane Schluter met in haar handen een weelderige kobaltblauwe mantel die Arthur Japin ooit nog als zanger in Der Fliegende Hollander zou hebben gedragen. De actrice zelf werkte ondermeer mee aan de veelbesproken film 06 van Theo van Gogh. Een andere nar op het plein is acteur en ‘focking’ Gouden Kalfwinnaar Nasrdin Dchar. Met een ernstige blik haalt hij een oud narrenmasker uit een grote kartonnen verhuisdoos. En voor de Koninklijke Schouwburg pronkt in pak Freek de Jonge, die zijn laatste voorstelling Neven nog afsloot met een epiloog over de rol van de nar in onze samenleving. Hij heeft de eer om het ‘Portret van een nar’ van Cornelis Cornelisz vast te houden. Dat doet hij stevig, met beide handen.

De acteurs op de foto’s zijn allemaal stijlvol zwart gekleed. Net als de museumstukken in hun handen gedeeltelijk in noppenfolie verpakt. Kostbaar, breekbaar en klaar voor de verhuizing naar de Stopera. Hun haren, jassen of sjaals wapperen in de wind. Ze lijken zich schrap te zetten in een hevige storm. Standvastig bieden de kritische theatermakers weerstand aan de politieke tegenwind waar het theater en het TIN nu mee te kampen heeft. Een mooie, maar ook moeilijke boodschap voor De Hagenezen. Het is een van de eerste mooie lentedagen van het jaar en daarom druk op het plein. Maar de meeste wandelaars, hardlopers, vriendinnenclubjes en museumbezoekers lopen achteloos langs de grote foto’s. Een betoging voor de bevrijding van Tibet steelt hun aandacht. Drie Groningse vriendinnen houden op weg naar de nabijgelegen tentoonstelling Escher in het Paleis even stil, maar associëren de glossy foto’s allereerst met reclame voor handtassen, kappers en zelfs het schoonhouden van de stad.

Spookhuis
Als je vanaf Pulchri de foto’s volgt, kom je vanzelf uit bij de expositieruimte ANNA@KV20. Dit voormalige AXA-gebouw aan het Korte Voorhout geeft onderdak aan verschillende culturele initiatieven, totdat het gesloopt wordt voor een nieuw onderkomen voor de Hoge Raad. Vanuit de kale entree neemt een zaalwacht de bezoeker mee naar een pikdonkere gang, die uitkomt op een eveneens donkere expositieruimte. ‘Je hoeft niet bang te zijn. Er kom vanzelf weer licht’ stelt een jonge suppoost gerust. Op de achtergrond klinken onheilspellende geluiden. Na het licht en de vrolijkheid van het spiegelpaleis, lijkt het nu tijd voor duistere humor. ‘De locaties zijn een soort dag en nacht,’ vertelt vormgeefster Van Walsum. ‘Na de verwarring van het glazen doolhof volgt de spanning van het spookhuis. Ik hoop dat de bezoeker door deze vormgeving ook op een gevoelsniveau dicht bij de nar komt.’

Van alle kanten doemen marionetten uit de TIN-collectie op. Ze hangen aan het plafond, liggen in een vitrine en worden geprojecteerd. Op een van de projectieschermen transformeert een foto van Mark Rutte in Batmans superschurk ‘Joker’ met grote rode clownneus, wilde haren en uitgelopen zwarte oogcontouren. De projectie herhaalt zich met steeds andere fractievoorzitters. Op een flatscreen spelen tv-fragmenten met cabareteske fratsen van politici. Job Cohen danst de polonaise en Geert Wilders ‘stand-upt’ bij de Lama’s. In televisieprogramma’s als ‘De Wereld Draait Door’ zijn de politieke leiders soms zo gevat dat ze het gras lijken weg te maaien voor de voeten van de theatermakers, die hen vroeger de spiegel voorhielden. Een citaat van Claudia de Breij vult aan. ‘Politici zijn cabaret gaan maken, moet ik dan de genuanceerde politicus uit gaan hangen?’ Tentoonstellingsmaker Van Walsum projecteert de woorden van De Breij op een muur in een serie citaten van grote schrijvers en denkers als Machiavelli, Shakespeare en Erasmus.

Taart voor de gek?
De tentoonstelling in ANNA@KV20 is gedurfd. Het theaterinstituut houdt diegenen een spiegel voor die binnenkort over haar toekomst moeten oordelen. In september maken het Rijk en de Amsterdamse gemeenteraad bekend of ze de nieuwe museumplannen willen honoreren. Op de supporterswebsite stromen de steunbetuigingen binnen. Acteur Gijs Scholten van Aschat schrijft: ‘Als het doek valt, het applaus verstomt en de herinnering vervlogen is, dan is er godzijdank het TIN nog.’

De tentoonstelling Wie is de nar? Spelen met de macht was van 10 maart t/m 1 april te zien rond het Voorhout in Den Haag (Pulchri Studio, Lange Voorhout 14, en ANNA@KV20, Korte Voorhout 20). www.theaterinstituut.nl, http://www.theatermuseum.nl/

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen