donderdag 4 september 2014

Interview Schijn / Fahd Larhzaoui

Diep geraakt door een dubbelleven

Het was een van de meest emotionele premières van het afgelopen theaterseizoen. In de autobiografische monoloog Schijn vertelt acteur Fahd Larhzaoui hoe hij jarenlang een dubbelleven leidde. Hij trouwde traditioneel in witte djellaba met een Marokkaanse vrouw, maar was evengoed ‘love actually’-verliefd op Jason. Als hij in de laatste scène vertelt hoe hij zijn familie voorbereidde op de voorstelling en daarmee de openbaring van zijn levensverhaal, vecht hij tegen echte tranen – net als een groot deel van het publiek. Er volgde minutenlang applaus, waarna aanwezige vrienden geëmotioneerd de vloer opliepen om de acteur innig te omhelzen.

















Al tijdens de try-outperiode was het rond de voorstelling gaan broeien, maar na de première leek er een ware hype te ontstaan. Op Twitter en Larhzaoui’s website verschenen steunbetuigingen. Bezoekers lieten in het theater bloemen, brieven en cadeautjes achter. De geplande reeks van negen lunchtheatervoorstellingen in Theater Bellevue werd uitgebreid tot een landelijke tournee.

En toen selecteerde de jury van het Nederlands Theaterfestival Schijn ook nog als een van de elf hoogtepunten van het seizoen. In haar rapport noemt de jury Schijn „een belangwekkende en emotioneel rake voorstelling”.

Ook de Amsterdamse Wijkjury, die bestaat uit twaalf vrouwen uit verschillende culturen en wijken, koos de voorstelling als seizoensfavoriet. „Helemaal alleen en en met een minimaal decor heeft hij ons geboeid van begin tot eind, Hij heeft ons meegenomen in zijn verhaal en alsof hij voorlas aan een kind”, zegt jurylid Monica Espitia. „We hebben veel voorstellingen gezien, maar dit was de enige waarbij iedereen echt muisstil in de zaal zat”, zegt jurylid Florinda Rodriguez. „Ik kreeg rillingen en kippevel. Het is een heel herkenbaar verhaal en daarom fijn dat hij het eindelijk kon vertellen.”

Auteur Don Duyns voerde lange gesprekken met Larhzaoui (Gouda, 1978) en gebruikte die voor een uitzonderlijk open relaas, inclusief getuigenissen van een gênante eerste huwelijksnacht en momenten van diepe wanhoop waarin de acteur hoopt niet meer wakker te worden.

Omdat de impact vaak groot is, neemt Larhzaoui na elke voorstelling op het podium nog ruim de tijd voor zijn publiek. „Ik heb gemerkt dat mensen daar behoefte aan hebben. Ze willen me nog even een hug geven of hun persoonlijke verhaal vertellen.”
Dat Schijn zo’n groot succes zou worden hadden de makers niet verwacht, maar op enige aandacht waren ze wel voorbereid. „Het gaat over de geaardheid van een jongeman en als ik als Marokkaan zo’n verhaal vertel, valt dat al snel op. Het is iets wat er nog niet was, iets wat veel mensen niet durven te vertellen”, zegt Larhzaoui opeens heel voorzichtig. Hij wil absoluut niemand kwetsen of uitdagen, zegt hij.

De acteur vertelt daarom liever over hoe de voorstelling over veel meer gaat „dan een Marokkaanse jongen die op een jongen valt”. Het gaat volgens hem ook over „de zoektocht naar hoe je jezelf kunt zijn zonder je dierbaren te verliezen”.

De voorstelling betekent veel voor Larhzaoui: „Het is niet alleen mijn eigen levensverhaal, maar ook mijn eerste solovoorstelling. Ik wilde daarom echt een goed product leveren. We hebben er twee jaar heel hard aan gewerkt.”

Het succes is opvallend voor een self-made acteur. Sinds zijn achtste wilde Larhzaoui al acteur – of profvoetballer – worden, maar voor zijn ouders studeerde hij Sociaal Cultureel Werk. „Als mijn moeder iets wil, zeg je geen nee”, is een zin die ook in de voorstelling vaak terugkomt.

In 2006 werd hij aangenomen bij Rotterdams LEF dat jonge talenten met diverse achtergronden opleidde met streetwise theater. Met cursussen schoolde hij zich verder bij, mede dankzij een beurs van VandenEnde Foundation. „Ik wilde alles leren wat je op de toneelschool krijgt. Ik heb het uiterste uit mezelf gehaald om mee te kunnen met het acteurswereldje.” De selectie ervaart hij nu als een grote erkenning. „Het is een dankjewel én een bravo. Ik ben er fokking trots op.”


donderdag 1 mei 2014

Interview Theater na de Dam / Thirsa van Til en Daniël van Klaveren


Secretaresse van Hitler zwichtte voor luxeleven

Op Theater Na de Dam spelen twee jonge theatermakers het levensverhaal van Hitlers secretaresse Traudl Junge. „In iedereen schuilt een Traudl.”
 
Een voorstelling over de secretaresse van Adolf Hitler, nog geen uur na dodenherdenking. Je moet het maar durven. Toch kruipen zondag maar liefst twee jonge theatermakers in de huid van Traudle Junge, de jongste privésecretaresse van de Führer die hem tot zijn dood trouw bleef dienen. „Ze hoort natuurlijk tot de kant van de daders, maar volgens mij is het belangrijk om juist op 4 mei haar levensverhaal te vertellen. Iedereen is immers een potentiele Traudl”, verdedigt acteur Daniël van Klaveren zich.

Zowel Van Klaveren als actrice Thirsa van Til zijn al enkele jaren gefascineerd door de secretaresse en maakten er onafhankelijk van elkaar een voorstelling over. Ze vertellen daarin beiden chronologisch haar leven, vanaf haar indiensttreding in december 1942 tot haar oudere dag waarin ze verteerd werd door schuldgevoelens.  Ze baseren zich daarvoor beiden op de documentaire Im toten Winkel (In de dode hoek) en het boek Tot het laatste uur, dat ook aan de basis lag van de film Der Untergang.
Toch ontmoeten de theatermakers elkaar vandaag pas voor het eerst. Ze stellen dan ook meteen gretig vragen over hun voorstellingen en wisselen enthousiast hun Traudl-anekdotes uit.
De jonge Traudl was volgens Van Klaveren vooral een naïef jong meisje dat niet eens in politiek geïnteresseerd was en eerder toevallig met Hitler in contact kwam. Op haar tweeëntwintigste deed ze nietsvermoedend mee aan een typewedstrijd, waarna de Führer haar persoonlijk uitkoos als secretaresse.
„Eigenlijk wilde ze danseres worden, net als haar jongere zus die bij het ballet in Berlijn zat”, vult Van Til aan. „Maar een baan bij de rijkskanselarij vond ze ook een goede optie om naar de grote stad te trekken en carrière te maken. Ze kreeg er natuurlijk een topfunctie en een luxeleventje. Dat moet haar ego enorm gestreeld hebben.”
Van de gruwelijkheden die zich buiten de zogenaamde Führerbunker afspeelden, had Junge volgens de makers geen idee. „Ze leefde in enorme afzondering en ze typte alleen persoonlijke brieven en bestellingen”, zegt Van Til. Hitler was voor Junge vooral „een dieren- en natuurliefhebber, iemand die niet eens dode bloemen kon aanzien”, weet Van Klaveren. „In de documentaire lijkt ze te zeggen: ‘Als iemand zoveel van een hond kon houden, kon het geen slecht mens zijn’. Ze raakte diep onder de indruk van hem en werd gaandeweg misschien zelfs verliefd.” Die bewondering wilde ze volgens Van Klaveren waarschijnlijk zelf ook graag in stand houden. „Het is een gevaarlijk, maar ook heel menselijk mechanisme. Mensen geloven vaak wat ze willen geloven en ontkennen dat wat ze niet willen weten.”
Junge werd na de oorlog omwille van haar jonge leeftijd al snel gerehabiliteerd en zelf kon ze ook lang met de gedachte leven dat ze gewoon jong en naïef was geweest, totdat ze in de jaren zestig langs een monument liep voor een verzetsstrijdster uit hetzelfde geboortejaar. „Die had ondanks haar jonge leeftijd er wel voor gekozen om in opstand te komen. Op dat moment besefte Traudl dat je nooit te jong bent om jezelf vragen te stellen. Heel de rest van haar leven heeft ze zich met deze gedachte gegeseld en alle geluk ontzegd”, vertelt Van Klaveren.
Een voorstelling over haar leven moet nu werken als waarschuwing. „Ik wil laten zien wat er gebeurt als je niet meer zelf nadenkt”, zegt Van Klaveren. Om dat mechanisme voor iedereen invoelbaar te maken, draagt de acteur bewust geen kostuum uit de oorlog, kiest hij voor een kale vormgeving en noemt hij Hitler geen enkele keer bij naam.
Een link met Nederland legt hij door in zijn monoloog het verhaal van een jong Rotterdams meisje te vervlechten. Actrice Sarah Jonker speelt Rita die net als Traudl veel te naïef is voor de tijd waarin ze leeft en nietsvermoedend op haar vader wacht tijdens het bombardement van Rotterdam.
Van Til speelt zelf naast Junge het contrasterende levensverhaal van de Haarlemse verzetsheldin Truus Menger. „Traudl miste elke overtuiging, maar Truus had een ideaal. Ze was een ontzettend sterke vrouw. Met gevaar voor eigen leven schakelde ze op jonge leeftijd verraders en nazi's uit om het leven van onschuldige mensen te redden.” Met beide vrouwen voelt Van Til enige verwantschap. “Ik wil mezelf natuurlijk het liefst als een Truus zien, maar vrees ook dat ik voor haar heldendaden te schijterig en braaf ben.” Op 4 mei hoopt Van Til dat het publiek zich betrapt op een zelfde gedachte, “dat ze ook even mee gaan in het leven van Junge en het zelfs jammer vinden als ze uit Hitlers prachtige bunker moet vertrekken.” We mogen volgens haar niet vergeten „dat tijdens de oorlog 80 procent van de Nederlanders Traudls waren. Dat moeten we blijven recapituleren en invoelbaar maken.”
Daniël van Klaveren en Sarah Jonker, Niemand had er aan gedacht om mij te waarschuwen, Theater Bellevue, Amsterdam, 4 mei 21.00 uur
Thirsa van Til, Om in de overwinning te geloven, Toneelschuur Haarlem, 4 mei 21.00 uur. Van Til gaat daarna nog op een korte tournee. Inl.:
thirsavantil.nl

maandag 7 april 2014

Recensie Vroeger was ik kosmonaut / Beppe Costa

Sfeervolle ode Beppe Costa aan communistische idealen

Beeld: Sanne van Rooij


Op de jongenskamer van Beppe Costa hing een affiche van kosmonaut Joeri Gagarin, die niemand van hem astronaut mocht noemen. De kleine Beppe was voor de Russen. „Die waren sneller en beter. Altijd.”
 
In zijn nieuwe solo blikt de muzikant en acteur terug op zijn jeugd in het Noord-Italiaanse Caluso, waar men in de optimistische jaren zestig en zeventig nog volop in de vooruitgang en een betere wereld geloofde. Costa raakte in de ban van de Sovjet-Unie en het communisme. Hij richtte onder meer een revolutionair collectief op en wenste Che Guevara als grote broer.

Als verteller schakelt Costa snel tussen familieverhalen, vermakelijke anekdotes en de wereldpolitiek uit die periode. Soms zo gehaast dat het ten koste gaat van de verstaanbaarheid van zijn verre van accentloze Nederlands, maar ook zo enthousiast dat je met een Russisch ruimteschip terug zou willen varen.

Archiefbeelden op een flatscreen en melancholisch gezongen liederen versterken dat nostalgische verlangen. Beide voorziet Costa van een meerstemmige soundtrack, die hij live op een batterij aan instrumenten inspeelt.

Foto: Edwin Deen




















Aan het eind kijkt Costa ook met enige ironie en desillusie terug. De Amerikanen – niet de Russen – stonden uiteindelijk voor het eerst op de maan. Linkse kameraden werden kluizenverkoper of gemeenteraadslid voor het ultra-rechtse Lega Nord.

Toch wil Costa blijven geloven in zijn idealen. „Ik vind de rode ster nog steeds een mooi symbool”, zegt hij. Met deze sfeervolle voorstelling zal hij dat revolutionaire vuur ook bij menig toeschouwer zeker weer even aanwakkeren.

maandag 10 maart 2014

Recensie Elektra / Nationale Toneel

Klassieke heldenfamilie als getraumatiseerd gezin

Marina Aparicio Torrestals Elektra. Foto Kurt Van der Elst

 













„Ik ben geen beest, ik kan niet vergeten!”, snauwt Elektra (Marina Aparicio Torres). Al twintig jaar rouwt ze om de dood van haar vader Agamemnon, die door haar moeder Klytaimnestra en dier minnaar Aigisthos vermoord werd. Ze heeft zich in het donker teruggetrokken en smeekt daar met rollende ogen „hel en verdoemenis af over haar en hem”.


Met de rest van het gezin is het niet veel beter vergaan. Regisseur Casper Vandeputte portreteert de klassieke heldenfamilie als een getraumatiseerd gezin, waarin ook de moeder, zus en broer het verleden duidelijk nog geen plaats gaven. Antoinette Jelgersma, Sallie Harmsen en Joris Smit spelen hen met gebroken stemmen, nerveuze tikken en verkrampte houdingen.
De teksten komen van Hugo von Hofmannsthal, die in zijn poëtische bewerking uit 1903 de goden schrapte en de nadruk legde op de innerlijke driften van de personages.

De enige die op het toneel rust uitstraalt, is Betty Schuurman. Met nieuw toegevoegde – nogal therapeutische – tekstfragmenten uit Julian Barnes’ rouwessays Hoogteverschillen (2013) poogt ze het gezin op nuchtere, bijna droogkomische toon te overtuigen om eindelijk weer eens te gaan leven.


Tevergeefs. Het enige moment waarop Elektra glimlacht, is wanneer ze fantaseert over wraak en daarbij op dansante gitaarmuziek haar handen esoterisch in de lucht wuift.
Vormgever Pascal Leboucq bedacht voor deze verloren levens een veelbetekenend labyrint van witte gordijnen. Het zouden de spoken uit het verleden kunnen zijn, maar ook de schermen tussen de bedden van een psychiatrische kliniek, met Schuurman in witte jurk als zalvende verpleegster.

Gezien: 8/3 Theater aan het Spui Den Haag. Tournee t/m 12 apr. Inl: nationaletoneel.nl

woensdag 5 maart 2014

Interview RULE™/ Emke Idema

Toneel om de discussie op gang te brengen

Toeschouwers spelen RULE TM. Foto Thomas Lenden

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Laat jij ’s avonds nog een vreemde binnen die naar de wc moet? En als het een vrouw is? En een Afrikaanse man? In een repetitieruimte van de theatermasteropleiding DasArts stelt Emke Idema een twintigtal studenten, vrienden en IND-medewerkers een reeks meerkeuzevragen over gastvrijheid. Binnen tien seconden moeten ze antwoorden door op een gekleurd blok te gaan staan. Wie te laat is, wordt gediskwalificeerd.
 
Idema ontwikkelt met haar testpubliek RULE™, de tweede in een reeks van ‘performatieve spellen’ waarin de theatermaakster met spel onderzoek verricht naar gedrag. Ze maakt van het podium een speeltuin en van het publiek zowel toeschouwer als hoofdrolspeler.

In haar vorige project, Stranger, ging het om eerste indrukken. Een computerstem spoorde de deelnemers aan om uit zestig portretfoto’s te kiezen wie ze het meest konden vertrouwen, of juist verdenken van diefstal, of bij wie ze zouden willen uithuilen. Later oordeelden ze over elkaar, wat zowel hilarische als confronterende situaties opleverde.
Met haar nieuwe project wil Idema onze houding ten opzichte van illegaliteit en migratie onderzoeken. „Ik vond mijn eigen positie ten opzichte van het thema problematisch”, zegt Idema. „Statenloosheid is een van de grootste problemen van deze tijd, maar ik betrapte mezelf en mijn vrienden op een totaal non-engagement. We waren natuurlijk wel eens boos of vonden iets onmenselijk, maar gingen er vervolgens niet veel verder over nadenken. We vonden het een te complex politiek systeem waar we zelf buiten stonden en toch niets aan konden veranderen.”

Om de discussie op gang te brengen, verbindt Idema politiek vluchtelingenbeleid aan persoonlijke ethiek en gastvrijheid. „Een land is zo gastvrij als haar inwoners”, meent ze. Idema vraagt haar spelers eerst uit over wat een gast in hun eigen huis moet doen en laten. Mag die bijvoorbeeld de verwarming steeds te hoog zetten? Of luide muziek draaien? Pas later volgen dilemma’s van medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en beslissingen op ministerieel niveau.

Geen van de deelnemers wint. Maar Idema hoopt op het slot wel op een gezamenlijk statement. Daartoe labelt ze de deelnemers regelmatig op basis van de antwoorden van de meerderheid, waardoor ook een spel ontstaat met de spanning tussen persoonlijke meningen en die van het collectief. Zo geeft de meerderheid op deze testavond aan iedereen het etiket „toiletbezoekbuitenhouder”. Idema: „Keuzes van de meerderheid bepalen vaak de identiteit van de groep waar jij ook toe behoort. Ik vraag me af wat je nog kunt doen als je het met die meerderheid oneens bent.”

Op de testavond worden de eigen standpunten steeds fanatieker verantwoord in korte speeches. Ook na afloop spreken de deelnemers elkaar nog aan over gemaakte keuzes. Het is precies wat Idema gehoopt had. „Ik voelde zelf eigenlijk lang een weerstand tegen interactief theater, maar het is toch de vorm die het beste in staat blijkt om publiek echt te raken en te laten nadenken.”

Inlichtingen: Website Emke Idema

vrijdag 28 februari 2014

Recensie Schijn / Bellevue Lunchtheater


Getrouwde Marokkaanse homo vertelt eerlijk over zijn dubbelleven

Fahd Larhzaoui in Schijn
 
 
 
 
 
 
 
„Ik heb het geprobeerd om perfect te zijn”, zegt Fahd Larhzaoui. De acteur van Marokkaanse afkomst trouwt in Marokko met een „schilderij” van een vrouw, regelt al haar papieren en fluistert bij aankomst op Schiphol lief „Welkom thuis” in haar oor. Dat hij eigenlijk op mannen valt, stopt hij diep weg. „Alles wat niet hoort, gaat vanzelf weer over”, heeft hij geleerd.

Voor een muur van gymkluisjes - de wereld van zijn „foebalclub” waar de testosteron in het rond giert - vertelt Larhzaoui hoe hij voor zijn Marokkaanse familie en vrienden lang de schijn weet op te houden. Maar ook hoe hij ondertussen in het „Sodom en Gomorra” van discotheek iT ‘Love Actually-verliefd’ wordt op Jason en zijn huwelijksleven uitdraait op een ramp.

De tekst is van Don Duyns, die
zich baseerde op gesprekken met de acteur. Hij laat Larhzaoui zich steeds opnieuw en eerlijker voorstellen aan het publiek, inclusief pijnlijke getuigenissen over zijn eerste huwelijksnacht en momenten van wanhoop. Als Larhzaoui over zijn uiteindelijke coming out vertelt, vecht hij tegen echte tranen.

Gelukkig verlicht regisseur Floris van Delft het indringende geheel regelmatig met speelse interacties. Uiterst komisch is bijvoorbeeld de scène waarin Larhzaoui als een bakvis voor het eerst versierd wordt. Zijn dubbelleven geeft hij fraai vorm door zowel in strak T-shirt op will.i.am’s nichterige Scream & shout te dansen, als in een witte djellaba op een traditioneel huwelijk.
T/m 9/3, Theater Bellevue, Amsterdam. Inl: lunchtheater.nl

donderdag 20 februari 2014

Reportage De oversteek / Adelheid Roosen

Slapen op het podium van de schouwburg 


Ferdousi wiegt een publieksslaper in slaap © Cigdem Yuksel

 

 
 
 
 
 
 

Terwijl de acteurs van Toneelgroep Amsterdam in historische kostuums revolutionaire redevoeringen uit Dantons dood oreren, komen vanuit de zaal honderd mensen uit verschillende culturen en wijken het podium opgelopen. Middenin het decor rollen ze brutaal hun slaapzakken uit, eten broodjes en trekken hun pyjama’s aan. De plechtstatige schouwburg wordt een half etmaal lang hun buurthuis. 
De groep neemt deel aan De oversteek, een project van Adelheid Roosen waarmee de theatermaakster „de schouwburg wil teruggeven aan de wijkbewoners en de wijkbewoners aan de schouwburg”. Het idee ontstond enkele jaren terug toen een storm van kritiek over de culturele sector raasde. „We kregen het verwijt dat we met onze rug naar het publiek stonden en met onze portemonnee naar Den Haag. Dat vond ik zeer onterecht, dus die handschoen wilde ik wel oppakken. Schouwburgen zijn tenslotte overheidsgebouwen. Ik was wel benieuwd hoe open die overheid zelf is”, zegt Roosen.
Om de drempel van de vaak imponerende theatertempel te verlagen, koos Roosen een concept „dat alle mensen met elkaar verbindt en waar geen diploma, paspoort of grote beurs voor nodig is: de slaap.” Halverwege elke opvoering van Dantond dood steekt Roosen met een wisselende groep onervaren theaterbezoekers letterlijk het podium over en blijft ze na het slotapplaus hangen voor een pyjamaborrel, slaappartij en ontbijt. De schouwburg bleek bijzonder geschikt voor haar plan. „Er zijn wc’s met genoeg wastafels om je tanden te poetsen, een loei groot podium voor honderd matrasjes en kantines om ontbijt klaar te maken.”
Bij welke voorstelling Roosen zou ‘inbreken’ maakte de theatermaakster van te voren niet eens zoveel uit. „Ik had vooral een operationeel theater nodig. Er moest verbeelding op het podium zijn, waar wij vervolgens van een regisseur doorheen mochten wandelen.”Gaandeweg het repetitieproces zag Roosen wel een inhoudelijke link met de revolutie in Dantons dood. “Regisseur Johan Simons verwerkte onder meer de filosofie van Peter Sloterdijk, die gelooft dat de mens zichzelf ten goede kan veranderen. Simons gebruikt vooral Sloterdijks teksten over gen-revolutie, wij illustreren zijn gedachtegoed over ontwikkelbare humaniteit. Het hart is volgens hem een spier die je kunt trainen. Met De Oversteek tonen wij alvast dat het mogelijk is om toenadering tot elkaar te zoeken.”
In Dantons dood © Cigdem Yuksel
 
 
 
 
 
 
 


Roosen ging dan ook bewust op zoek naar mensen die zelden tot nooit in de schouwburg komen en die ze normaal niet zo vanzelfsprekend zou ontmoeten. In de zeven steden waarlangs Dantons dood toert, trok ze samen met medewerkers van haar Zina Platform naar de buitenwijken en belde aan bij moskeeën, stichtingen en buurthuizen.
Bij aanvang van de voorstelling verzamelt iedereen bij de artiesteningang van de schouwburg. In de foyer staan koffie, thee en koekjes klaar en geeft Roosen een korte briefing. „We lopen in ons eigen tempo het toneel op, net zoals we ook op straat doen. We zijn wie we zijn.” De acteurs van Toneelgroep Amsterdam mogen aangekeken worden, maar niet gestoord in hun teksten. En wie zich niet wil omkleden voor een volle schouwburg, kan een deken ophouden of zich even terugtrekken achter de coulissen.
Wachtend bij de deur voor opkomst © Cigdem Yuksel
 
 
 
 
 
 
 


Een kerngroep van 20 deelnemers heeft vooraf uitgebreid met Roosen en regisseur Simons gerepeteerd. Ze nemen extra figurantenrolletjes voor hun rekening en begeleiden nieuwe slapers. Op een van de pyjamaborrels in Amsterdam is het duidelijk een hecht gezelschap geworden. Om twaalf uur zingen ze in drie talen voor de verjaardag van de uit Curaçao-afkomstige Hélène en hebben ze elk een euro ingelegd voor een cadeaubon. „Ik moet mijn verjaardag nu zonder mijn kinderen en kleinkinderen vieren, maar jullie hebben nu allemaal bewezen ook een beetje familie te zijn”, bedankt ze ontroerd. Roosen kijkt in een eveneens cadeau gekregen zwarte zijden pyjama glunderend toe .
Een productieteam heeft ondertussen in en rond het decor extra luchtbedden neergelegd. Vrouwen die niet gemengd willen slapen, krijgen een plekje op het achtertoneel. Voor het slapen gaan, volgt iedereen zijn eigen ritueel. De Turkse Hulya rolt een tapijtje uit en fluistert op haar knieën een gebed. Fatima uit Heemskerk luistert op haar telefoon enkele nummers van Omar Faruk Tekbilek en de Utrechtse Moniek heeft haar hond Jaantje naast zich neergelegd. Om één uur gaan de theaterspots uit en is het - op wat schoolkampgegiechel en een licht beschonken laatkomer na - stil.
Alexander, Leo en Thea bij hun bedje © Cigdem Yuksel
 
 
 
 
 
 
 
 
Roosens vriend Titus Muizelaar is in alle vroegte naar de schouwburgfoyer gekomen om drie lange ontbijttafels te dekken. Vanaf acht uur ’s ochtends druppelen de eerste slaapgasten er alweer binnen. Vandaag zijn er alleen deelnemers van De oversteek, maar op sommige ochtenden zal ook de directie van de schouwburg aansluiten. Roosen hoopt op die manier een langdurige relatie tussen haar „roedels” en de theaters op te bouwen. Ze organiseert daarvoor ook voorbereidende workshops in het gebouw en overhandigt na afloop de namen, mailadressen en korte omschrijvingen van alle overstekers. Eva van Manen van De Hollanders zal in samenwerking met Zina in 2015 een nieuwe voorstelling met ze maken.
Twee publieksslapers aan het ontbijt © Cigdem Yuksel
 
 
 
 
 
 
 


Na afloop zijn sommige deelnemers teleurgesteld in hun aandeel in de voorstelling zelf, maar de meerderheid is enthousiast. Hélène heeft veel nieuwe mensen leren kennen. Een gepensioneerde galeriehoudster uit Brabant heeft sinds twee jaar een pied-à-terre in de Baarsjes en kon eindelijk „een beetje omgekeerd integreren in de multiculturele samenleving”. Een gevluchte theatermaakster uit Bagdad is gecharmeerd door Roosen „die tussen niemand onderscheid maakt”. En een amateuractrice uit Drenthe is blij dat ze nu ook Toneelgroep Amsterdam op haar cv heeft staan.
Een vrouw met een cocaïneverslaving uit de kerngroep heeft sinds jaren niet zo goed meer geslapen. „Ik krijg van iedereen complimentjes dat ik er goed uitzie”, zegt ze na haar vierde nacht op het podium. „Jammer dat er hier ook geen dagprogramma is. Thuis ga ik met mijn vingers draaien en is de verleiding om te gebruiken groot.” De schouwburg spoot een uitspraak van haar op de gevel in knalroze graffiti: „Jellinek-kliniek of drie maanden op een podium slapen, makkelijke keuze.”
De Oversteek volgt Dantons dood op tournee t/m 13 apr. Amsterdam, Den Bosch, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Maastricht. Inl.: zinaplatform.nl, tga.nl